Energieprestatie certificaten

EPC - certificaten voor alle woningen , appartementen en studio's , klein niet-residentiële eenheden ( <500m² ) en gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw

Wanneer moet het EPC opgemaakt worden

In het algemeen is een EPC verplicht bij :

  • de verkoop van het geheel van een woning, appartement, studio en van een klein niet-residentieel gebouw of autonoom functionerend gebouwdeel in volle eigendom. Het EPC moet al aanwezig zijn vanaf het moment dat de eenheid te koop wordt aangeboden
  • de verkoop van een woning, appartement, studio en van een klein niet-residentieel gebouw zonder verwarming en/of sanitair comfort
  • de woning- en  handelshuur 
  • de verhuur van een woning, appartement, studio, klein niet-residentieel gebouw of gebouwdeel voor contracten vanaf twee maanden. Het EPC moet aanwezig zijn vanaf het moment dat de eenheid te huur wordt aangeboden


Een EPC is verplicht per eenheid, dus per appartement, per studio, per woning, per autonoom functionerend kantoor, handelszaak, horecazaak ...

Er moet een geldig EPC aanwezig zijn van zodra de eenheid te koop of te huur wordt aangeboden tot en met de datum van het verlijden van de notariële akte of de ondertekening van de huurovereenkomst. Wanneer het EPC tijdens deze periode vervalt, moet er dus een nieuw EPC opgemaakt worden.

Vanaf 2022 zal ook een EPC beschikbaar moeten zijn voor de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw. Deze verplichting staat los van verkoop en verhuur. Er werd een periode van 2 jaar voorzien om dit EPC op te maken. Het EPC van de gemeenschappelijke delen kan al opgemaakt worden sinds 2020.

Voor nieuwbouwappartementen gaat de verplichting in 10 jaar na het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning.

De energiescore

Op de EPC die vanaf 2019 worden opgemaakt staat een label , van A+ (heel energiezuinig) tot F (energieverslindend).

Het EPC toont ook de berekende energiescore. Dat is het theoretisch berekende energieverbruik per jaar en per m² bruikbare vloeroppervlakte (kWh/m² jaar).

Deze score hangt af van

  • de muur- , vloer- en dakisolatie 
  • de ramen en deuren
  • de installaties voor verwarming, het verwarmen van water koeling, ventilatie en bij niet-residentiële eenheden ook verlichting
  • aanwezige installaties op zonne-energie. 


Deze energiescore houdt geen rekening met het verbruikersgedrag of de gezinssamenstelling en kan dus in de realiteit afwijken van het verbruik op uw elektriciteitsfactuur!
De energiescore wordt namelijk berekend op basis van een primair energieverbruik, dat uitdrukt hoeveel fossiele brandstoffen (aardgas, stookolie of steenkool) worden gebruikt voor de gebouwinstallaties. 

Voor elektrische installaties brengt dat bovendien een belangrijk bijkomend verschil met zich mee ten opzichte van het werkelijke energieverbruik omdat ook rekening wordt gehouden met de energie die verloren gaat bij de productie en het transport.

Niet efficiënte systemen hebben een negatieve invloed op de energiescore. De energiescore op het EPC is niet het werkelijke energieverbruik, maar wel het berekende primaire energieverbruik . Primair betekent dat elke kWh aan elektriciteitsverbruik vermenigvuldigd wordt met 2,5. Deze omrekenfactor houdt rekening met de fossiele brandstoffen die nodig zijn om elektriciteit te maken en te transporteren. Ook houdt de omrekenfactor rekening met de verliezen die bij de productie en het transport voorkomen. Dit betekent dat elektrische weerstandsverwarming momenteel dus nog veel fossiele brandstoffen nodig heeft. Bij woningen en andere eenheden met een grote warmtevraag , weegt de aanwezigheid van elektrische weerstandsverwarming daarom extra zwaar door in de berekening van de energiescore .

Efficiënte warmtepompen of condensatieketels scoren wel goed.


Bij de berekening van de energiescore wordt geen rekening gehouden met de kwaliteit van de uitvoering van de woning :

  • vochtproblemen
  • luchtkwaliteit
  • defecte installaties

De energiedoelstellingen

Vlaanderen wil veel zuiniger omspringen met energie. Het is daarom belangrijk dat alle woningen in Vlaanderen energiezuinig worden. Tegen 2050 willen we dat elke woning energiezuinig wordt gemaakt. De Vlaamse regering lanceerde daarom het Renovatiepact, waarbij in overleg met diverse stakeholders pistes en instrumenten worden uitgewerkt om te komen tot een energiezuinig gebouwenpark.

Een van die instrumenten is het vernieuwde EPC. Op het EPC ziet u in hoeverre de woning reeds voldoet aan de  energiedoelstellingen tegen 2050. 

Om aan de energiedoelstelling 2050 te voldoen, zijn er twee mogelijke pistes.

Het volstaat om aan 1 van de 2 pistes te voldoen. Uw woning kan dus voldoen aan piste 1, zonder dat de woning een energielabel A haalt (piste 2). Dit is geen probleem: van zodra de woning aan één van beide pistes voldoet, is uw woning in orde met de energiedoelstelling.

Piste 1: elk onderdeel van de woning voldoet aan aparte eisen

  • Dak, vloer en muren: U = 0,24 W/(m²K)
  • Beglazing: Ug = 1,0 W/(m²K)
  • Vensters (= beglazing en profielen samen): Uw = 1,5 W/(m²K)
  • Energie-efficiënte verwarmingsinstallatie
    • warmtepomp, condenserende ketel, micro-WKK, warmtenet of decentrale toestellen met een totaal maximaal vermogen van 15 W/m².


Piste 2: uw woning of appartement haalt het label A of A+.

Bij de opmaak van het EPC wordt berekend hoeveel energie de woning verbruikt. Hierbij wordt rekening gehouden met de isolatiegraad, de verwarmingsinstallatie, de ventilatie, de zonne-energie of andere hernieuwbare energie, ... 

Een energielabel A voor uw woning of appartement staat voor een berekend energieverbruik van maximaal 100 kWh/(m² jaar).